In het spoor van… Remco Evenepoel
Fietsliefhebbers die het over Schepdaal hebben, spreken in één adem ook Remco Evenepoel uit. Het glooiende Pajottenland vormt het trainingsparcours van deze tweevoudige wereldkampioen. Samen met Dirk Rademaekers van Pasar Dilbeek Rand doorkruisen we de regio met – hoe kan het ook anders – de fiets.
- Fietsen
Plaats van afspraak is In de Rustberg, het supporterscafé van Remco Evenepoel. Een grote graffititekening van – jawel Remco – siert de zijgevel. Op de parking prijkt de Palmaremco, een verlicht monument in cortenstaal waar wielertoeristen ook hun fiets in kunnen stallen. Een gesprekje met uitbaters Guy en Jeannine, in een decor versierd met koerstruitjes en foto’s van de kampioen, leert ons dat veel bezoekers hier omwille van Remco komen. ‘Remco’s ouderlijke huis ligt hier vlakbij. Soms brengt hij ons nog eens een bezoekje, maar nu hij in Gooik woont, is dat wat minder. Sinds 2017 zijn we een supporterslokaal van Remco en zagen we het aantal bezoekers stijgen. Hier komen vooral veel wielertoeristen uit binnen- en buitenland die de bewegwijzerde R.EV 1703 rijden’, vertellen ze. Ook wij gaan in het spoor van Evenepoel fietsen, al wijken we nu en dan van de route af. ‘Met Pasar Dilbeek Rand hebben we een route uitgewerkt, gebaseerd op de 94 kilometer lange R.EV 1703, maar met een eigen twist. Onze tocht is 42 kilometer met beperkte hoogtemeters. Het Pajottenland is best een pittige regio om te fietsen. Als uitgangspunt hebben we het prachtige landschap met de vele vergezichten gekozen’, aldus Dirk. We fietsen door een landschap bezaaid met kapelletjes en versierd met knotbomen en holle wegen. En we zijn duidelijk niet alleen...
Plattelandscentrum Paddenbroek
We gaan al meteen stevig op de trappers staan om te stijgen van 70 naar 92 meter. ‘Dit stukje tussen Schepdaal en Eizeringen is het hoogste punt van de route’, geeft Dirk mee. We genieten van het uitzicht en laten ons onderdompelen in de natuurpracht. Van Eizeringen fietsen we door naar Gooik langs Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, ooit uitgeroepen tot mooiste dorp van Vlaams-Brabant. We stoppen langs open akkers en Dirk wijst op een kasteeltje. ‘Dat is het kasteel van Heetvelde, ook gekend als het Waterkasteeltje. Deze oude waterburcht is een beschermd monument en werd geklasseerd als bouwkundig erfgoed. Het kasteel is privé-eigendom en dus niet te bezichtigen.’ Ongeveer midden van de tocht, komen we aan in Plattelandscentrum Paddenbroek. Het opvallende, glazen gebouw trekt al van ver onze aandacht. We bevinden ons hier aan de voet van de Kesterheide - langs de oude trambedding. Fiets- en wandelcafé Paddenbroek is een ideale stop. Op de kaart zien we een groot aanbod streekbieren, maar omdat we nog 20 kilometer voor de boeg hebben, kiezen we voor een gemberthee. Na deze stop rijden we richting Gooik dorp, waar ook enkele authentieke eetcafés zijn en waar je geuzestekerij De Cam kan bezoeken.
De rust van de Zuunbeekvallei
We fietsen verder richting Sint-Pieters-Leeuw en passeren oude hoeves. Vlak naast de dorpskern ligt een groene parel: natuurgebied de Zuunbeekvallei. We trekken de remmen aan en genieten van de natuur en de meanderende beek. Een reiger kijkt ons nieuwsgierig aan. We installeren ons even in de vogelkijkhut en spotten nog tal van andere vogels. Aan de rotonde in Vlezenbeek, vraagt Dirk me of ik de lindeboom herken. Het is de Witse-boom, uit de begingeneriek van de populaire Vlaamse televisieserie Witse. ‘De boom is een toeristische attractie geworden voor de regio. In 2010 werd die samen met de omgeving trouwens beschermd als monument omwille van zijn artistieke, sociaal-culturele, historische en volkskundige waarde’, vertelt hij. Van hieruit hebben we een prachtig zicht op Brussel die glinstert in de winterzon.
De tijd van Bruegel
Van Vlezenbeek fietsen we terug richting Dilbeek. En ook daar staan ons nog enkele bijzondere bezienswaardigheden te wachten. We houden halt aan het schilderachtige kerkje van Sint-Anna-Pede. ‘Toen Pieter Bruegel de Oude zich in 1563 in Brussel vestigde, werd hij diep gefascineerd door het Pajotse landschap. Met zijn schildersezel bij zich trok hij door de dorpjes van Dilbeek, zoals Sint-Anna-Pede. Dit kerkje staat afgebeeld op De Parabel der Blinden, gemaakt in 1568’, legt Dirk uit. We vleien ons even neer op een gebogen bank voor de kerk. Daarop prijken gietijzeren kunstwerken die verwijzen naar Bruegel. Rond het kerkje staan reproducties van Bruegel opgesteld. ‘Ze maken deel uit van het openluchtmuseum Bruegel dat 19 schilderijen bevat. Ze zijn opgesteld op plekken waar Bruegel de Oude zijn inspiratie vond. Je kunt ze verkennen aan de hand van een wandel- of fietstocht’, geeft Dirk nog mee. Wanneer we weer de fiets opstappen, richten we onze aandacht op een indrukwekkende spoorwegbrug boven de Pedevallei. ‘De zeventien bruggen’ dateert uit het interbellum’, vertelt onze gids. ‘Tel maar eens de bogen’, lacht hij. We komen uit op … 16. ‘Klopt! De zeventiende is een extra bruggetje onder één van de bogen’, geeft hij mee. We trappen verder door dit prachtige bruegeliaanse landschap naar onze laatste stop: de Pedemolen in Sint-Gertrudis-Pede. Het is één van de weinige nog werkende watermolens van het Pajottenland. Maandelijks zie je hier nog een molenaar aan het werk. Achter de molen ligt een prachtig stukje natuur met vijver en hoogstamboomgaard. Wat een oase van rust! Op de binnenkoer werpen we een blik op een hondenmolen. ‘De honden liepen in het rad en door de draaibeweging kon men vroeger boter karnen’, aldus nog Dirk. Afsluiten doen we terug in Schepdaal. Met een pintje in de hand luisteren we in In de Rustberg nog naar verhalen van supporters van Remco.