Licht, lucht, logeren op de Hoge Veluwe
De Veluwe heeft een naam hoog te houden als het over natuur gaat. Uitgestrekte bossen, open heidevelden, stuifzand, een opvallende rijkdom aan wild en een netwerk van paden dat je zonder moeite dagen zoet houdt: het is een van de meest geliefde natuurstreken van Nederland. Ik trok er vier dagen naartoe met een trektent achter de wagen, een compacte manier van kamperen die perfect past bij het ritme van dit landschap.
- Kamperen
- Kamperen met de tent
- Wandelen
Natuur
‘Vossen, dassen, edelherten én wolven?’ Yes! Ik wrijf in mijn handen. Als dierenliefhebber hoop ik dat het wild zich de komende dagen laat zien. Het is eind oktober als ik mijn trektent installeer, een moment waarop de herfst de bomen op volle kracht kleurt. Nog voor ik klaar ben, loop ik Arie en Tineke tegen het lijf, een goedlachs Nederlands koppel dat hier al jaren komt kamperen. Ze vertellen enthousiast over de streek, over de bossen die zo groot lijken dat je er dagen in kan ronddwalen, en over wat je hier zogezegd ‘overal’ ziet. Wanneer ik vraag wlke dieren zij de voorbije dagen konden spotten, kijken ze naar elkaar en halen tegelijk hun schouders op. ‘Eigenlijk geen enkele,’ lacht Tineke. Arie knikt droog. Ik glimlach mee, maar hoop stiekem toch dat ik de komende drie dagen wat meer geluk heb.
De eerste stappen
De Veluwe is een van de grootste aaneengesloten natuurgebieden van Nederland: een brede strook natuur in het midden van het land, waar bossen, heidevelden en stuifzand elkaar afwisselen. Het gebied bestaat uit verschillende natuurparken, met als bekendste De Hoge Veluwe, Nationaal Park Veluwezoom, de Loenermark en het Kootwijkerzand. Het zijn landschappen die elk op hun eigen manier tonen hoe veelzijdig de regio is.
De Veluwe is populair in de zomer, maar in de late herfst is het hier merkbaar rustiger. De drukte is verdwenen, de temperatuur is perfect om te wandelen en de bossen kleuren in tinten die je alleen in deze periode ziet. Juist daarom koos ik ervoor om in dit koudere seizoen te komen kamperen: voor de rust van het landschap, de ochtendlucht die opwarmt boven de heide en het zachte licht dat zo typisch is voor deze periode van het jaar.
Op pad in de Loenermark
Voor mijn eerste verkenning rijd ik naar de Schaapskooi Loenermark, een plek die al sinds de 17de eeuw in gebruik is en vandaag nog altijd functioneert als klassieke schapenstal. Rond de kooi grazen zo’n tweehonderd Veluwse heideschapen, in wat de laatste dagen van hun buitenseizoen zijn. Hun rol is verrassend praktisch: door gras, lage struiken en jonge boompjes kort te houden, houden ze de heide open. Vroeger mengden herders zelfs heidezaden met de mest in de stal om de heide te bemesten en in stand te houden. Hier, op een open veldrand in de Loenermark, zie je meteen hoe eeuwenoude gewoontes nog altijd meespelen in het beheer van het landschap.
Van aan de schaapskooi begin ik te wandelen richting de Valenberg, een uitzichtpunt dat over de heidestukken van de Loenermark uitkijkt. Dit deel van de Veluwe bestaat vooral uit bos, maar daartussen liggen brede stroken heide en open plekken die het landschap ademruimte geven. Boven op de Valenberg heb ik zicht op dat geheel: golvende boskruinen, plekken waar de heide nog net oplicht en paden waar wandelaars en fietsers elkaar rustig kruisen. De lucht is fris, het licht zacht. Vooral de herfstkleuren vallen meteen op: groen-gele kruinen, donkeroranje tapijten op de bosgrond en bladeren die bij elke windstoot dwarrelen.
In de namiddag wandel ik verder naar de Loenense Waterval. ‘De hoogste waterval van Nederland’ klinkt indrukwekkender dan wat ik ter plekke aantref. Het beekje dat ik al een kilometer volg, maakt trapsgewijs een afdaling van een meter of vijftien - al lijkt zelfs dat wat optimistisch. Het is geen natuurwonder, maar door de heldere herfstkleuren krijgt de plek toch iets charmants. Ik maak snel een foto en zet mijn tocht voort.
Voor de laatste uren van de dag rij ik richting het Deelense Zand, aan de oostgrens van De Hoge Veluwe. Het is een uitgestrekt veld van zand, heide, smalle bosstroken en kleine waterpoelen, met een zicht dat bijna savanne-achtig aanvoelt. Het licht staat laag, waardoor het geelbruine gras oplicht en de zandvlaktes een warme gloed krijgen. Een lange wandeling zit er niet meer in, dus neem ik even de tijd om het geheel te overschouwen. Het uitzicht reikt ver, tot waar zand, heide en bos in elkaar overlopen. Het toont hoe veelzijdig De Hoge Veluwe is—en waarom zoveel natuurliefhebbers zich tot dit landschap aangetrokken voelen.
Tussen Van Gogh en zandbanken
De volgende dag begint met een stevige regenbui, het soort motregen dat meteen in je kleren kruipt. Ideaal weer om binnen te blijven, dus rij ik rechtstreeks naar het Kröller-Müller Museum, midden in De Hoge Veluwe. Naast natuur heeft de streek ook cultuur van formaat. Het museum ontstond dankzij Helene Kröller-Müller, een rijke verzamelaarster die begin twintigste eeuw een grote kunstcollectie aanlegde en samen met haar man het jachthuis op het domein bouwde. Ze kocht tientallen Van Goghs bij elkaar - vandaag vormt die verzameling de tweede grootste Van Gogh-collectie ter wereld. De beeldentuin, verspreid tussen grasvelden en bos, is minstens even bekend. Binnen lopen vaste werken en tijdelijke expo’s door elkaar; het museum heeft een internationale reputatie, maar past toch verrassend goed in dit natuurdecor.
Als ik buiten kom, is de regen bijna weg. Pinda is bijzonder enthousiast, dus trek ik het park in voor een wandeling op het Otterlose Zand. Na een stuk door een donker dennenbos opent het landschap zich plots. Voor me ligt een open vlakte van zand en heide, met hier en daar een lage graszone. Net op dit moment breekt licht door het wolkendek. Het maakt de vlakte meteen een stuk vriendelijker.
De route is iets meer dan zes kilometer lang en loopt langs zandruggen die door wind en erosie zijn gevormd. Hier en daar staat een enkele den of een cluster struiken. Ze zorgen voor kleine accenten in het verder open landschap. Onderweg duikt het monument voor Christiaan de Wet op, een hoog en statig bouwwerk dat scherp afsteekt tegen de heidevlakte. Ik hoop nog steeds op wild - zeker in deze periode, wanneer de damherten bronstig zijn - maar ook vandaag blijft het beperkt tot sporen in de modder en wat geritsel in de struiken.
Tegen de avond klaart het weer volledig op. De zon zakt onder een wolkenrand en zet de heide in een gele gloed. Na een dag regen voelt dat bijna als een beloning. De herfstkleuren vallen nu extra op: het warme oranje in de boskruinen, het geelbruine gras, de donkere heide. Binnen enkele weken is dit alles weer verdwenen in wintertinten, maar vandaag toont de vlakte zich op haar mooist.
De laatste dag op de Veluwe
Ik sta vroeg op. Het is nog donker als ik vertrek van de camping, maar op aanraden van Arie en Tineke – inmiddels goede vrienden – besluit ik naar ‘de Posbank’ te rijden. Dit gebied ligt in het zuiden van Nationaal Park Veluwezoom en staat bekend om zijn glooiende heideheuvels, brede vergezichten en - op goede ochtenden - mist die als een dunne deken in de dalen blijft hangen. Het is de favoriete plek van mijn kampeerburen en ik begrijp meteen waarom: de Posbank is een van de weinige plekken in Nederland waar dit soort heuvelachtig uitzicht zo uitgesproken aanwezig is.
Ondanks de grijze hemel heeft de Posbank iets uitnodigends. De heuvelruggen liggen er zacht bij en het landschap krijgt door het vlakke licht een bijna ingetogen sfeer. Een eenzame wandelaar op de kam brengt net genoeg beweging in beeld. Het is niet de zonsopgang waarop ik had gehoopt, maar het uitzicht blijft de moeite waard.
In de namiddag kies ik voor iets helemaal anders: een bezoek aan Deventer. Deze oude Hanzestad aan de IJssel was eeuwen geleden een belangrijk handelscentrum binnen het netwerk van Noord-Europese koopsteden. Vandaag is het een compacte, charmante stad met een mix van historische gevels, rustige straten en cafés die uitnodigen om eentje te gaan drinken. Ik dwaal door het centrum, passeer de Lebuïnuskerk en de oude pleinen, en merk hoe goed zo’n prikkels van de stad eigenlijk passen na twee dagen bossen en heide. Het is een fijne afwisseling: wat rondslenteren, iets drinken, mensen zien. Daarna rij ik opnieuw de Veluwe in, waar één plek me nog te wachten staat.
De laatste halte
Mijn laatste stop is het Kootwijkerzand, een gebied dat qua uitzicht bijna op een duinengordel lijkt. Het is de grootste actieve zandverstuiving van West-Europa. Ooit stonden hier uitgestrekte bossen, maar door intensieve houtkap in de zeventiende eeuw kwam de bodem vrij en begon het zand te verstuiven. De heide kon het niet overal tegenhouden, waardoor uiteindelijk deze duinenvlakte ontstond. Wanneer ik aankom, vallen vooral de open ruimte en het golvende zand op. In de verte staat de houten uitkijktoren. Twee jongens die boven op de toren staan, roepen iets naar beneden als ik een foto maak: ‘Je kan beter de duinen fotograferen, da’s veel mooier!’
Ik draai me om en geef ze gelijk. Vanaf hier zie je hoe het zand, de lage heide en de losse plukjes dennen elkaar afwisselen. Het landschap oogt eigenlijk verrassend on-Nederlands.
Terwijl ik over de zandduinen wandel, zie ik plots afdrukken in het zand die me doen stoppen. Het zijn duidelijke hoefsporen, fris en scherp, precies zoals ik ze eerder op een infopaneel zag afgebeeld. Een edelhert moet hier net voorbij zijn gekomen. Ik besluit het spoor te volgen, over de lage duintjes en richting de bosrand. Daar waaieren de afdrukken uit en wordt het moeilijker om ze te onderscheiden. Even lijkt het alsof ik nog in de buurt van het dier ben, maar verderop verdwijnen de sporen volledig. Op een bepaald moment stopt het spoor gewoon. Jammer, want dit had het ideale slotmoment kunnen zijn…
Wild liet zich deze keer niet zien, maar deze uitstap voelt allesbehalve onvolledig aan. De landschappen waren prachtig, de herfstkleuren intens en de variatie binnen de Veluwe groter dan ik vooraf dacht. Net als ik naar mijn wagen terugkeer, verschijnt er boven de zandvlakte een heldere regenboog, scherp afgetekend tegen de horizon. Een onverwacht afscheidscadeau.
3 x puur natuur
1. Wandel op de heide
De Veluwe is een paradijs voor wandelaars. Bossen, heide, zandverstuivingen en rustige paden wisselen elkaar voortdurend af. In de herfst krijgt alles een extra warme gloed. Aanraders zijn de Valenberg in de Loenermark, het Otterlose Zand en de heideruggen bij de Posbank, stuk voor stuk plekken waar je makkelijk uren rondzwerft.
2. Fiets door De Hoge Veluwe
Met de vrij te gebruiken fietsen en tientallen kilometers aan fietspaden zie je in één tocht hoe afwisselend het park is. Van dichte dennenbossen naar open heide en stuifzand: het landschap verandert voortdurend. Je fietst moeiteloos langs het Kröller-Müller Museum, het Jachthuis Sint-Hubertus en enkele van de mooiste uitzichtpunten van het park.
3. Bezoek een Hanzestad
Wie graag wat cultuur meepikt, zit goed in steden als Deventer of Zutphen. Beide liggen aan de IJssel en hebben een compact, historisch centrum met oude gevels, pleinen en rustige straten. Perfect om na een ochtend in de natuur even rond te slenteren, iets te drinken en de sfeer van een eeuwenoude handelsstad op te snuiven.
3 x prachtig panorama
De Posbank
In het zuiden van Nationaal Park Veluwezoom ontvouwt zich een golvend heidelandschap dat je eerder in Engeland dan in Nederland verwacht. Op goede dagen hangt er in de dalen een fijne ochtendmist en kleurt de horizon zacht bij zonsopgang. Met wat geluk tref je het precies op dat moment, al is dat niet altijd een zekerheid.
Uitkijktoren Kootwijkerzand
Vanop de houten toren kijk je uit over de grootste actieve zandverstuiving van West-Europa. Het landschap voelt er bijna woestijnachtig aan, met golvend zand en een paar dennen die hier en daar opduiken.
De Valenberg in Loenermark
Een toegankelijk uitzichtpunt met zicht op de afwisseling tussen bos, heide en open plekken. Vooral in de herfst komt de variatie aan kleuren mooi samen. Het is duidelijk waarom wandelaars hier graag langskomen.