Baskenland, puur natuur
Graag véél natuurschoon tijdens je kampeervakantie? Haak je tent aan en trek naar Baskenland, adviseert Thomas De Boever.
- Kamperen
- Uitstappen en vakanties
Wie Baskenland zegt, zegt natuur. Alleen is natuur hier geen extraatje dat je gratis meekrijgt bij een stadsbezoek. Het is het hoofdpersonage, en op slechte dagen ook de tegenstander. Regen schuift binnen van de Golf van Biskaje, bossen blijven doorgroeien, en het binnenland wordt leger naarmate je er dieper in rijdt.
Het binnenland in
Iedereen kent de pintxos, de Michelinsterren, het Guggenheim en de boulevards, maar wij draaien het stuur weg van die etalage. We poten de tent neer op Camping Angosto bij Villanañe, in de Vallei van Valdegovía, Álava, een wig richting Burgos, nog verrassend onbebouwd. Van daaruit is het meteen prijs. Parque Natural de Valderejo ligt vlakbij, en verderop wacht Parque Natural de Gorbeia, het grootste park van Euskadi. Valderejo begint met stuwingsregen en wolken, natuurlijk. De eerste wandeling wordt korter dan gepland, het park verstopt zich, wij draaien om, einde verhaal.
Daar is de zon!
De dag erna kantelt alles. Zon! En plots voelt die leegte niet als gemis, maar als luxe. We zakken af richting Ribera, een verlaten dorp dat vooral stilte en ruïne is, volgen de Río Purón de kloof in, gieren boven het hoofd, en eindigen bij een kleine waterval, zo’n plek waarvan je het bestaan eigenlijk liever niet rondbazuint, omdat stilte ook kapot gepraat kan worden. In Gorbeia volgt het grotere werk: beuk en eik, dennen, open kammen, veen, natte kommen zoals het Humedal de Saldropo, waar paarden uit de mist stappen. En dan bewijst dit land meteen dat het geen garanties verkoopt. We rijden naar de Álava-kant voor de Cascada de Gujuli, en die staat droog. Voor we het binnenland lossen, stoppen we nog in Parque Natural de Urkiola. Het is hier compacter en scherper, kalksteen onder de voeten, het Santuario de Urkiola erbij, en die wenssteen, voor wie toch iets wil wensen.
En de zee…
Dan pas keren we terug naar de zee, want de jeugd wil golven. Tussen Deba en Zumaia ligt Deba-Zumaia Itsasertzeko Babestutako Biotopoa, flysch die als een geologische boekenplank uit de zee steekt, paden hoog boven water, wind, steen en uitzicht, geen plastiekstoelen, geen gedoe. En in Urdaibai, Biosfera Erreserba, wandelen we aan de monding van de Oka bij San Antonio hondartza, een estuarium waar zout en brak elkaar aflossen op het ritme van het tij, met Mundaka om de hoek. Tussendoor blijft ook de mens aanwezig, Euskara op straat, vlaggen en muurschilderingen die geen folklore spelen, maar gewoon zijn wie ze zijn. Ook Bilbao en San Sebastián passeren, als korte adempauze tussen twee stukken buiten. Vvan binnenland tot kust: Baskenland is zalig om te kamperen.