Thuiskomen aan de Opaalkust: de pakkende oorlogsgeschiedenis
Aan de Franse Opaalkust, net over de grens, smelten geschiedenis en natuur samen in één prachtige historie. Ideaal om met je camper naartoe te trekken en tot rust en bezinning te komen, ontdekte Thomas De Boever. Het voelt als een warme thuis… In het eerste deel van deze online reportage kon je alles lezen over de rust, de vogels en de natuur, in dit tweede deel vertelt het landschap je over de beladen oorlogsgeschiedenis van deze streek.
- Kamperen
De grenzen tussen Vlaanderen en Noord-Frankrijk zijn hier, aan de Opaalkust, eeuwenlang meer verschoven dan besloten. De Bourgondiërs bestuurden ons allebei, met dezelfde vorsten, dezelfde belastingen en een gedeelde blik op de wereld. Later trokken de Spaanse Nederlanden hier voorbij, opnieuw dezelfde heerschappij over ons en hen, dezelfde kaarten die met regelmaat werden herschikt. Grenslijnen schoven als speelkaarten, omdat macht dat nu eenmaal deed. De Eerste Wereldoorlog legde hele heuvelruggen open, de Tweede Wereldoorlog plantte bunkers in duinen die daar nooit om vroegen en verder landinwaarts liggen de velden die generaties jonge mannen hebben opgenomen en nooit meer hebben losgelaten. Dit land heeft legers gezien en vlaggen die kwamen en gingen en het heeft te veel jonge mannen achtergelaten in een strijd die nooit de hunne was, opgeofferd aan ideeën waar ze geen stem in hadden. De littekens zitten diep. De Opaalkust leeft met dat verleden en het binnenland draagt het evenzeer, een boog die zich uitstrekt van de kapen tot de Somme en verder het hart van Hauts-de-France in. Tussen zee en land, tussen licht en littekens, een streek die je vasthoudt zonder één woord te vragen. De Réserve naturelle nationale du Platier d’Oye is een geschenk. Als we verder rijden, op zoek naar een ander natuurgebied, verandert het decor zonder zijn karakter te verliezen. Hier liggen de bunkers van de Atlantikwall, verspreid in het gras als gevallen reuzen. Een houten pad leidt naar de grootste bunker, een massief blok beton dat tegelijk onwrikbaar is en bijna absurd, midden in zoveel natuur. Marie vertelt hoe hier vroeger delen van het vluchtelingenkamp stonden, hoe de druk sindsdien is afgenomen maar nooit helemaal weg zal zijn. Het blijft een plek waar natuur en geschiedenis elkaar raken zonder elkaar te begrijpen.
Tussen twee kapen
En dan is er Calais zelf. De stad voelt anders dan vroeger, iemand heeft er de ramen opengezet. De draak, de grote mechanische creatie die zich door de straten beweegt, is uitgegroeid tot een mascotte die tegelijk speels en trots oogt. Langs de dijk is het licht, levendig, de stad lijkt opnieuw naar de zee te kijken. Vanuit Calais volgen we de kustlijn verder naar het zuiden. Cap Blanc Nez duikt op als een hoge, krijtwitte wand. Als je er echt staat, boven op die richel, begrijp je pas hoe groot de lucht hier is. Het Kanaal ligt onder je als een bewegende spiegel, ferries schuiven er strepen doorheen en de wind trekt langs je heen alsof hij hier al eeuwen dezelfde route volgt. Iets verder, in dezelfde grote boog, ligt Cap Gris Nez, lager en aardser, dichter bij het water. Hier voel je hoe het landschap in lagen is opgebouwd, hoe wind, krijt en tijd samenwerkten om twee kapen te maken die elk hun eigen karakter hebben. Ze staan als twee wachters over het Kanaal.
Diep onder de indruk…
In de baai van de Canche rusten de zeehonden uit op de zandbanken, we hebben ze gezien. Vanuit de open natuur van het estuarium stappen we een heel andere stilte binnen: die van de Étaples British Cemetery. Marianne Steenbrugge, Heritage Conservation Officer, wacht ons op. De begraafplaats ligt breed tegen de helling, open en ordelijk, maar onder die rust schuilt een geschiedenis die zwaar blijft, zelfs op heldere dagen. Étaples lag tijdens de Eerste Wereldoorlog net achter de frontlinie en groeide uit tot een van de grootste medische zones van het hele Westelijk Front. De gewonden die de frontlijn haalden, maar het herstel niet, liggen hier in lange rijen.
Étaples lag tijdens de Eerste Wereldoorlog net achter het front en groeide uit tot een van de grootste medische zones van het hele Westelijk Front. In de vallei stond een aaneenschakeling van veldhospitalen waar dag en nacht gewonden werden opgevangen: mannen die door gas, granaatscherven, infecties of van pure uitputting geen stap verder konden. Het lawaai van de oorlog hoorde je hier niet meer, maar de gevolgen ervan lagen er in rijen te wachten. Hier liggen niet alleen slachtoffers van de grote offensieven, maar ook soldaten die pas weken of maanden na de wapenstilstand stierven. Jongens die het einde hadden gehaald, maar niet het herstel. Longen die door gas waren dichtgeschroeid, lichamen die te veel hadden gezien en te weinig konden dragen. In de rijen witte stenen zie je dezelfde data, dezelfde regimenten, dezelfde leeftijden die te jong zijn om te bevatten. De orde van de graven staat in contrast met de chaos waarin deze mannen hun laatste uren doorbrachten.
De Fransen en de Engelsen
De stilte van Étaples blijft nog even hangen, maar verandert zodra het landschap richting Montreuil-sur-Mer trekt. De stad ligt hoog op een natuurlijke richel boven de vallei van de Canche, een ligging die haar al sinds de Middeleeuwen strategisch gewicht geeft. In die tijd was Montreuil nog een kust- en havenstad, omdat de Canche toen verder landinwaarts bevaarbaar was. Later slibde de riviermonding dicht. De zee trok zich langzaam terug en de havenfunctie verdween. Wat bleef, was het belang. Franse koningen versterkten de stad, Engelsen probeerden haar in te nemen en in de zeventiende eeuw tekende Vauban de vestingen opnieuw, met zijn geometrische logica en zijn geloof in muren die meer wisten dan mensen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos het Britse expeditieleger Montreuil-sur-Mer als hoofdkwartier, niet om haar grootte, maar om haar overzicht, haar hoogtedominantie en haar bereikbaarheid.
Jean-Marie wacht ons op aan L’ANECDOTE en neemt het ritme meteen over. Hij praat niet alsof Montreuil hem toebehoort, eerder alsof hij haar al een leven lang leest. We volgen hem door geplaveide straten. De Église Saint-Saulve staat er als een samengeperste tijdslijn; romaans en gotisch onder hetzelfde dak. Niet ver daarvandaan ligt de Chapelle Saint-Nicolas, een eenvoudige witte kapel uit de zeventiende eeuw. Ze ligt aan de rand van de bovenstad, vlak bij de vestingwerken, op een plek waar je vanzelf trager begint te stappen.
In L’ANECDOTE leren we de stille precisie van Alexandre Gauthier kennen. Zijn gerechten zijn precies, helder, zonder theatrale opbouw. Ze landen rustig, alsof ze vooral willen overtuigen door eerlijkheid. Het past perfect bij de ingetogen elegantie van de stad. En zoals overal in dit deel van Hauts-de-France valt ook hier op hoe goed en betaalbaar er wordt gekookt. Jean-Marie neemt ons daarna mee naar de vestingmuren. De bastions liggen breed rond Montreuil en geven zicht op de vallei en de velden die in lange lijnen wegtrekken. De geschiedenis is nooit weg, maar staat even op afstand. Elders in de streek wacht ze opnieuw, maar Montreuil laat even toe dat de wereld rustig ademhaalt.
Landschap wordt verhaal
Na de vrije vogels van Marquenterre verschuift de cadans. De rustige adem van de baai wordt ingeruild voor een gebied waar geschiedenis onder je huid kruipt. Bij Le Belvédère de Frise, hoog boven de Haute-Somme, rijzen de heuvelruggen op waar de oorlog zich vastzette in lijnen die nog altijd leesbaar blijven. Vanaf de hellingen zie je hoe het land naar beneden zakt in brede waterpartijen, plassen die in de laagte blijven liggen en de contouren volgen van de Haute-Somme. Ze liggen daar stil en open, maar hun aanwezigheid toont hoe dit terrein ooit is omgewoeld en daarna opnieuw vorm kreeg. Hier neemt Carole Laevens van Somme Memory Tours ons mee door het gebied. Ze gidst zonder nadruk, omdat het terrein zelf het verhaal vertelt. In de vormen van de heuvels zie je hoe dicht de frontlijnen bij elkaar lagen, soms nauwelijks vijfentwintig meter. Een afstand die je in een halve sprint overbrugt, maar die toen het verschil betekende tussen leven en verdwijnen. De ruggen lijken zacht en onschuldig, maar hun lijnen volgen de logica van de oorlog. We rijden verder door een streek die bezaaid ligt met begraafplaatsen. Wat hier een kleine begraafplaats heet, telt drie- tot vierduizend doden. De ironie is pijnlijk. Rijen witte stenen die zich herhalen tot je ze niet meer afzonderlijk leest, maar als één massale aanwezigheid. Het landschap eromheen is mooi en stil, bijna vriendelijk, maar precies dat maakt de ernst groter. Niets wordt hier toegedekt.
De heuvelrug van Vimy verschijnt in nevel. Het Canadian National Vimy Memorial staat boven op de rug alsof het uit de kalksteen zelf is gegroeid. Twee hoge zuilen rijzen op uit een brede sokkel, elk hoger dan je verwacht wanneer je ernaartoe wandelt. Ze vertegenwoordigen Frankrijk en Canada, verbonden in stilte. Aan de voet staan gebeeldhouwde figuren die geen heldendom verkondigen. De bekendste, Canada Bereft, kijkt gebogen uit over het terrein, een vrouw die rouwt om zonen die nooit terugkeerden. Het toont wat oorlog kost. Op de muren rond de sokkel staan meer dan 11.000 namen van Canadese soldaten zonder gekend graf. De namen golven verder, een generatie die alleen door steen kon worden tegengehouden van opnieuw uit het geheugen te worden gewist. Rond het monument liggen loopgraven en kraters die als littekens in het gras liggen. De honderd jaar ertussen hebben niets gladgestreken.
Niet ver hiervandaan ligt Arras, een stad die vandaag licht en elegant oogt, maar onder alles dezelfde breuklijn draagt. De Grote Markt en de barokke gevelrijen glanzen als façades van een nieuw hoofdstuk, maar onder de stenen schuilt een netwerk van Wellington Tunnels, kilometers ondergrondse gangen waar duizenden soldaten zich verzamelden voor de aanval van april 1917. Je loopt door ruimtes die te laag zijn om rechtop in te staan en voelt hoe nabij die oorlog eigenlijk was. Boven is Arras warm, levendig, bijna achteloos mooi. Onder de grond is het een geheugen dat weigert te verdwijnen.
Witte golven, witte kruisjes
Na de Canadese waanzin van Vimy wacht nog een andere stilte. Op de heuvel van Notre-Dame-de-Lorette strekt het grootste Franse militaire kerkhof zich uit, een veld van witte kruisen dat zich over de helling vouwt en in het licht verschuift als een golvende huid. Duizenden stenen, elk voor een familie die nooit helemaal herstelde. Hier liggen vaders en zonen, soms letterlijk naast elkaar: één gevallen in 1915, de andere in 1940. Twee oorlogen, twee generaties, dezelfde afgrond. Je wandelt tussen die rijen en voelt hoe absurd het wordt wanneer politiek, macht of ideologie beslist dat jongeren elkaar moeten doden voor iets dat nooit iemand vooruithelpt.
Even verder, op de rand van dezelfde heuvelrug, staat L’Anneau de la Mémoire. Vanop het pad zie je hoe de ring zacht in het landschap is gelegd, boven een vallei die openwaait naar de horizon. De metalen panelen lijken dun, bijna fragiel, maar ze dragen 579.606 namen. Fransen, Duitsers, Britten, Indiërs, Belgen, allemaal alfabetisch naast elkaar, zonder rang, zonder vijandschap. Het is een geometrie van verlies. Hier besef je hoe klein de verschillen zijn die we soms tot oorlog laten uitgroeien. In het licht van die ring valt elke heroïek weg. Oorlog is de waanzin die door mensen werd bedacht en door jongeren werd betaald.
Een stukje Nieuw-Zeeland…
Het ARAWATA Museum brengt een ander perspectief. Het ligt in Le Quesnoy, een dorp dat in 1918 door Nieuw-Zeelandse soldaten werd bevrijd en sindsdien een bijzondere band met het land onderhoudt. Het museum zelf zit in een historisch huis in het centrum, opgezet door Nieuw-Zeelanders als een stille hulde aan die bevrijding. Voorwerpen liggen er in hun eenvoud: een helm, een drinkfles, een brief, lichte uniformstof. Het museum laat zien wat achterbleef en waarom het ertoe doet. Dan wordt opnieuw duidelijk waarom deze streek blijft trekken. Niet alleen door de kapen, de duinen, de baai of het licht dat telkens verandert. Maar omdat alles hier samen blijft staan. Geschiedenis die niet wordt weggestopt. Natuur die zich herstelt maar niet vergeet.
De Opaalkust en het binnenland van de Somme doen niet alsof. Ze ademen, dragen en onthouden.
Net over de grens, ideaal voor een (lang) weekend weg: handige tips voor een trip naar de Opaalkust vind je de online reiswijzer via www.pasar.be