Winterpret op de Seiser Alm
Een weidse, besneeuwde vlakte, omgeven door granieten pieken. Dat is kort samengevat de Seiser Alm, de grootste bergweide van Europa. Een wit walhalla voor slow skiërs, langlaufers, wandelaars en bovenal genieters.
- Wandelen
- Uitstappen en vakanties
Een korte wandeling met een knusse tussenstop in een gezellige hut of een sportieve alpiene tocht? Op de Seiser Alm heb je de keuze uit talloze winterwandelingen. Je kan ook kiezen voor een uitdagende sneeuwschoenwandeling waarbij je een soort raketten onder je bergschoenen bevestigt. Er zijn meer dan 60 kilometer geprepareerde winterwandelpaden en ongeveer 50 kilometer aan speciale sneeuwschoentochten die je door het weidse landschap van de hoogvlakte voeren, midden in het natuurpark Schlern-Rosengarten. Onderweg krijg je gegarandeerd een fantastisch uitzicht op de ‘huisbergen’ Schlern, Langkofel en Plattkofel.
Een berggids kan je naar de mooiste plekjes voeren, maar als je er liever op eigen houtje op uittrekt, kan je het Hans en Paula Steger-pad volgen, genoemd naar twee bergpioniers. Het pad vertrekt aan het station van de kabelbaan in Compatsch en loopt tot aan de voet van de Langkofel en Plattkofel. Het themapad loopt door grotendeels ongerepte natuur. Onderweg vertellen informatieborden meer over de natuur en het erfgoed op de Seiser Alm.
Servus! Salve!
Als je op de Seiser Alm wandelt, word je door de ene begroet met een Duitse servus en door de andere met een Italiaanse salve. Wieso? Perché? Tot 1918 maakte Zuid-Tirol deel uit van Oostenrijk-Hongarije. Dat gebied ging na de Eerste Wereldoorlog naar Italië. De fascistische leider Benito Mussolini probeerde de regio daarna te italianiseren, maar dat is nooit echt gelukt.
Zuid-Tirol vormt nu een autonome Italiaanse provincie met drie officiële talen. Ruim vier op de vijf van de 510.000 inwoners spreken Duits. De anderen spreken Italiaans, vooral in de grotere steden. Een kleine minderheid heeft Ladinisch als moedertaal, een verbasterd Latijn dat in enkele geïsoleerde dorpen bleef bestaan.
Van communautair gekrakeel lijkt geen spoor te bekennen. Integendeel, in de prachtige besneeuwde bergen kom je zowel lichamelijk als geestelijk tot rust. De kans op zon is bijzonder groot met gemiddeld 300 zonnedagen per jaar. De bergen bieden bescherming tegen de koude noordenwind. Dat maakt Zuid-Tirol bijzonder warm in vergelijking met andere wintersportgebieden.
Lekker eten…
De regio ligt op het kruispunt van de Germaanse en de Latijnse cultuur. Die mix vind je ook in de kookpot terug. De lokale gastronomie is gebaseerd op de traditionele Zuid-Tiroolse keuken, maar wordt gekruid met mediterrane invloeden.
In de berghutten kan je proeven van streekproducten als gerookte hesp met Schüttelbrot (plat brood van geschud deeg) en bergkaas. Typische streekgerechten zijn
Schlutzkrapfen (ravioli gevuld met spinazie en kaas) en Knödel (broodballen voor in de soep of stoofpot, locals eten ze alleen met een vork). Lokale chefs kiezen voor innovatieve gerechten. Dat is ook Michelin niet ontgaan. Nergens in Italië vind je zo veel sterrenrestaurants als in Zuid-Tirol.
Bij lekker eten hoort een glas wijn. Ook die komt uit de heimat. Vooral in de lagergelegen delen van Zuid-Tirol vind je zowel witte als rode wijn. Typische druivensoorten zijn gewürztraminer, lagrein en vernatsch. Dankzij de diverse hoogtes en microklimaten varieert de wijn van fris en mineraal tot vol en krachtig. Zuid-Tirol kent een lange wijntraditie en is een van de meest gerenommeerde wijnregio’s van Italië.